Meer dan spraak alleen

Over Mirakel >> Tips & trucs >> Meer dan spraak alleen

Gonneke Sargis en Bibiane Kortekaas zijn twee enthousiaste logopedisten werkzaam in Logopediepraktijk Westwijk.

Zij behandelen alle voorkomende logopedische stoornissen en werken samen met de patiënt aan optimale communicatiemogelijkheden en een gezonde mondfuctie-ontwikkeling. De hulpvraag van de patiënt staat daarbij centraal en zij vullen deze aan met hun logopedische expertise. De omgeving van de patiënt wordt waar nodig geadviseerd en ondersteund.

Logopedie, meer dan alleen spraak!
Onze eerste column uit de praktijk gaat over afwijkende mondgewoonten.
Afwijkende mondgewoonten zoals duimzuigen, speenzuigen, continue door de mond ademen (al of niet door chronische verkoudheid) spelen een rol bij de ontwikkeling van de mondfuncties en de gebitsuitgroei.
De tongpositie tijdens het slikken en in rust ontwikkelt zich: bij baby's zien we de babyslik, dan komt de tong naar voren en veelal uit de mond wanneer zij drinken. De voorwaarts-achterwaartse tongbeweging is nodig om de melk uit de tepel of flessenspeen te zuigen.
Bij een leeftijd van 1 -1.6 jaar ontwikkelt de tongpositie van laag in de mond naar hoog in de mond. Tijdens de slik beweegt de tong nu tegen het gehemelte en achterwaarts. Ook in rust krijgt de tong een “nieuwe" positie: hoog.
Als een kindje een speen heeft rond deze leeftijd, krijgt de tong niet de kans om zich te ontwikkelen naar een nieuwe positie. Dit geldt ook voor duimen. Er zit continue iets op de tong, waardoor deze in een lage positie blijft. Ook tijdens het slikken zal de tong dan laag en voorwaarts bewegen.
Wanneer uw kindje altijd verkouden is gaat hij of zij door de mond ademen. Omdat de mond altijd open staat blijft de tongpositie laag en ontwikkelt de tongpositie niet naar hoog in de mond.

Deze lage tongpositie door speen- /duimzuigen of mondademen heeft invloed op de gebitsuitgroei en de ontwikkeling van de spraak.
De tong duwt in rust en tijdens slik tegen de tanden aan, waardoor een overbeet of open beet kan ontstaan. Omdat de tong niet hoog tegen het gehemelte zit, kan het gehemelte niet mooi breed uitgroeien.
Ook slissen is een direct gevolg van de lage tongpositie. Het kind spreekt de t en s tussen de tanden uit en niet met de tong hoog tegen het gehemelte, de positie waar de s en t normaal uitgesproken worden.
Tenslotte, niet onbelangrijk: bij de ontwikkeling van de spraakklanken leren kinderen onder andere het “kinesthetisch patroon”: hoe voelen de spraakbewegingen in de mond. Wat doet je tong als je de k zegt bijvoorbeeld en waar voel je dat in je mond? Kinderen oefenen dat ook voor zichzelf. Maar als de speen een groot deel van de dag in de mond zit…………
Het is een lang verhaal, maar: om de tongpositie en het gevoel van de spraakbewegingen in de mond goed te laten ontwikkelen: weg met de speen rond 1 jaar en probeer het duimen zo snel mogelijk af te leren !
Wordt vervolgd……